Het ontstaan van het gat in de Ozonlaag

De aarde waar wij op leven draait om de zon heen. Deze zon zorgt, naast de verlichting en het verwarmen van de aarde, ook dat er bepaalde vitamine's in ons lichaam aangemaakt worden. Denk hierbij aan vitamine D. De zon is voor ons dus belangrijk om goed te kunnen leven. Maar de zon heeft ook een negatieve kant. De zon geeft namelijk gevaarlijke Ultraviooleten stralingen af. Deze stralingen zijn erg schadelijk voor onze huid. Zo kan onze huid verbranden of nog erger er kan huidkanker ontstaan. Gelukkig beschikt de aardbol over een absorptie laag die deze UV stralingen tegen houd. Deze laag word de Ozonlaag genoemd. De Ozonlaag bevind zich in de stratosfeer op ongeveer 15km hoogte. En is ongeveer 10 á 15 kilometer dik.

Het gat in de ozonlaag
In de jaren '60 en '70 bestudeerde Paul Crutzen het effect van stikstofoxiden op de ozonlaag. Uit deze studie bleek echter dat niet allen stikstofoxiden, zoals in een eerder onderzoek van > was gebleken, de ozonlaag aantasten maar ook Stikstofmonoxide, dat vrij komt bij gebruik van verbrandingsmotoren, een bijdrage leverde aan de verandering van de ozonlaag. Door deze wetenschappelijke beweringen ontstond het vermoeden bij andere wetenschappers dat er hoogst waarschijnlijk ook andere stoffen zouden zijn die de ozonlaag aan konden tasten. Zo ook bij de Amerikaanse geleerden Mario J. Molina en Frank Sherwood Rowland. Laatst genoemde deden naar aanleiding van deze studie zelf onderzoek en kwamen in 1974 met het resultaat. Het bleek inderdaad dat ook andere stoffen de structuur van de ozonlaag kon beïnvloeden. Met name Chloor houdende stoffen(CFK's en HCFK's) kunnen, nadat er aanraking is geweest met UV stralingen(licht), de ozonlaag ernstig beschadigen.
Helaas konden deze beweringen toen der tijd niet wetenschappelijk bevestigd worden omdat er geen technologie voor handen was die de ozonlaag in kaart kon brengen. Echter, door de vele verontrustende geluiden omtrent de ozonlaag, werd de Nimbus-7 satelliet ontwikkeld. Met deze satelliet konden er metingen worden gedaan vanuit de ruimte om te kunnen vaststellen of de ozonlaag inderdaad word beschadigd door bepaalde stoffen. Helaas waren de resultaten niet positief voor de eerder genoemde onderzoekers. Er werden geen beschadigingen geconstateerd.

Het was al een aantal jaar rustig rond de wetenschap van de Ozonlaag tot aan 1984. In dit jaartal deden een groep Britse wetenschappers een meting vanaf de grond. Deze meting vond plaats vanaf Antarctica en de resultaten waren schrikbarend. Het bleek namelijk dat de stratosfeer boven Antarctica tot 40% minder ozon bevatte. Nog dat zelfde jaar kwam NASA, dat eigenaar was van de Nimbus-7, met de bevestiging dat er inderdaad een gat bestaat in de ozonlaag. De NASA had een aantal jaar eerder, bij de onderzoeken met de Nimbus-7 satelliet, dit gat boven Antarctica al opgemerkt, maar heeft deze meetwaarde's, die extreem veel afweken ten opzichte van de rest van de stratosfeer, niet als betrouwbaar beschouwt en daarom weggegooid. Gelukkig waren de ruwe meetdata's van de onderzoeken met de Nimbus satelliet wel bewaard gebleven en kon aan de hand hiervan de beschadiging van de ozonlaag alsnog worden bevestigd.

Om verdere beschadiging van de ozonlaag te voorkomen zijn er in de afgelopen jaren verschillende internationale verdragen opgemaakt om het gebruik van ozonafbrekende stoffen terug te dring.

 

 

    - Ozonafbrekende stoffen; zijn onder andere CFK's zoals R12
      en HCFK's zoals R22.