Het Montréal protocol

Aan de hand van de schrikbarende ontdekking in 1984 dat de ozonlaag ernstig beschadigd was, zijn er vrijwel direct verschillende organisatie's zich hiermee bezig gaan houden. Deze internationale organisatie's betroffen onder andere het Verenigde Naties milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Vooral het UNEP, dat al tijdens de voorafgaande onderzoeken naar de ozonlaag een bijdrage leverde, was belangrijk in de strijd naar het beschermen van de ozonlaag. Het UNEP organiseerde bijvoorbeeld meerdere internationale bijeenkomsten waar alle onderzoek resultaten, omtrent de ozonlaag, besproken werden en welke stappen er genomen zouden worden dat zou leiden naar een gezonde ozonlaag. De uitkomsten en afspraken van deze besprekingen werden uiteindelijk op 22-03-1985 beklonken in het 'verdrag van Wenen'. Omdat het verdrag van Wenen enkel theoretische materie bevatte, werden er verschillende praktische protocollen bijgevoegd. In deze protocollen, waaronder het Montréal protocol, zijn verschillende regels opgesteld die zorg dat bepaalde stoffen worden verboden.

Montréal protocol
Omdat Chloor houdende stoffen zoals Chloorfluorkoolstoffen (CFK's) en Hydrochloorfluorkoolstoffen (HCFK's) een aanzienlijke bijdrage leveren aan het gat in de ozonlaag, is hier een speciaal protocol voor opgesteld. In dit verdrag, genaamd: het protocol van Montréal, werd een reglement opgenomen die beschreef hoe en wanneer het uitbannen (uitfaseren) van laatst genoemde stoffen moest plaats vinden. Door dit verdrag te onderteken werden landen verplicht om CFK en HCFK houdende stoffen aan banden te leggen.

Welke landen nemen deel aan het Montréal protocol?
Het verdrag werd officieel op 16-09-1987 ondertekend. Helaas niet door alle landen. Dit had vooral een economische reden. Het uitfaseren van CFK en HCFK houdende stoffen, waaronder koudemiddelen, zou namelijk een hoop geld kosten omdat bijvoorbeeld hele koelinstallatie's verbouwd of vervangen diende te worden. Hierdoor konden ontwikkelings landen, waar de economische sterkt een stuk minder was, niet voldoen aan de eisen van dit verdrag.
Om toch zoveel mogelijk landen het verdrag te laten onder tekenen, is het verdrag meerdere keren aangepast om onder andere ontwikkelingslanden en economisch mindere landen langer de tijd te geven voor het uitfaseren van CFK's en HCFK's. Onder meer door deze wijzigingen zijn er tot op heden al 196 landen die deelnemen aan dit verdrag.

Het naleven van het Montréal protocol
Om na te kunnen gaan of elke land, dat het protocol van Montréal heeft ondertekend, zich aan de gestelde eisen houdt, dient elke land jaarlijks een rapport aan de Ozonsecretariaat van het VN milieuprogramma toe te zenden met gegevens over de hoeveelheid geproduceerde en gebruikte Chloor houdende stoffen.

Het Montréal protocol in Nederland
De Europese commissie, die de EU lidstaten als groep vertegenwoordigde bij bovengenoemde bijeenkomsten, heeft op zijn beurt een verordening opgesteld met daarin de stappen die genomen dienen te worden om aan de eisen van het Montréal protocol te voldoen. Deze verordening, die ook wel het Europese ozonverordening genoemd word, geldt voor iedere EU-lidstaat.

   - Protocol van Montreal: verbied de productie, het gebruik en
     de handel van Chloor houdende stoffen zoals R22.
   - Een protocol: is een extra bijlage van een verdrag dat een
      specifiek onderdeel beschrijft.