Het verleden van R22

Al vroeg in het verleden, rond 1905, werden de eerste koelinstallaties, zoals we die nu kennen, op de markt gebracht. Deze koelinstallatie's waren uitgerust met Ammoniak, Methyl Chloride of Propaan dat diende als koudemiddel. Deze koudemiddelen waren bijzonder effectief door hun ideale vluchtigheids gehalte en stabiliteit. Maar deze stoffen kende ook enige nadelen. Zo waren deze stoffen erg brandbaar en onder druk zelfs explosie gevaarlijk maar ook erg giftig dat uiteindelijk kon resulteren in dodelijke afloop. Om deze reden moest er een nieuw medium bedacht worden die dezelfde, goede, eigenschappen beheerste als laatst genoemde maar die niet licht ontvlambaar en niet giftig zou zijn.

Rond 1930 werd er op de Frigidaire afdeling, toen nog onderdeel van General Motors, een team gevormd door de toenmalige vice-president van 'GM research' met daarin verschillende wetenschappers en chemici waaronder Thomas Midgley en Albert Henne. Dit team kreeg de opdracht om zo een nieuw koelmiddel medium te ontwikkelen.
Het team ging opzoek naar een vluchtig en stabiele stof en kwam al gauw bij een chemisch wetenschapper genaamd Frédéric Swarts. Deze chemist had omstreeks 1890 een stof ontwikkeld dat later bekend werd onder de naam 'Freon 12'. Deze stof bevatte Chloor en Fluor atomen die in een Koolwaterstof molecuul waren samengevoegd op de plaats van waterstof atomen. Hier is ook de benaming CFK uit ontstaan. Deze combinatie zorgde voor een zeer vluchtige en stabiele stof die bovendien niet brandbaar en giftig was.
Het team van GM ging met deze CFK formule aan de slag en bracht verbeteringen aan. Hieruit ontstonden onder meer de stoffen Freon 11 en Freon 12, beter bekend als R11 en R12. Naast het verbeteren van de bestaande CFK formule ging het team veder experimenteren door niet alle waterstof atomen te vervangen. Dit resulteerde in een stof die bestond uit de halogenen Chloor en Fluor en uit Koolwaterstof (HCFK). Een van de bekendste koudemiddelen die valt onder de groep HCFK is R22.

Het einde van CFK houdende koudemiddelen
Eind jaren '70 werd bekend dat er in de ozonlaag, die de aarde beschermt tegen schadelijke UV stralingen, een groot gat is ontstaan. Na onderzoek is vast gesteld dat deze beschadiging grotendeels veroorzaakt zou zijn door Chloor houdende gassen zoals (H)CFK gassen. Dit betekende dus dat de (H)CFK koudemiddelen, die als vervanging waren ontwikkeld voor de explosie gevaarlijk en giftige Ammoniak en Propaan, helemaal niet veilig waren.
Om verdere beschadiging van de Ozonlaag te voorkomen en om de Ozonlaag zichzelf te laten herstellen is er omstreeks 1987 een internationaal verdrag opgesteld dat beschreef dat het gebruik van ozonafbrekende stoffen moest worden terug gedrongen. De gemaakte afspraken en regels van dit verdrag staan geschreven in het 'Verdrag van Wenen' in combinatie met het 'Montréal protocol'.
Naast dit internationaal verdrag werd er ook op Europees niveau afspraken gemaakt om zo goed mogelijk aan het protocol van Montréal te voldoen. Het eerste akkoord wat werd gelegd was de geleidelijke uitfasering van de CFK houdende stoffen. Deze stoffen, waaronder R11 en R12, hadden namelijk een ODP van 1 en waren daarmee de meest schadelijkste stoffen. De afspraak was dat vanaf 1-1-1995 de productie en import van CFK houdende koudemiddelen verboden zou worden met als navolging 1-10-2000 waarop het verboden werd om CFK stoffen te verkopen of om bestaande koelinstallaties bij te vullen met CFK houdende stoffen bijvoorbeeld R12.

Begin van R22
Het gebruik van het koelmiddel R22 bestond al tientallen jaren. Vooral in airconditioning systemen werd het al veelvuldig gebruikt. Pas sinds het verbod van CFK houdende koudemiddelen nam het gebruik van R22 explosief toe terwijl het wel een Chloor houdend koudemiddel was(HCFK). De reden hiervan is kort samengevat: Het Europees parlement heeft in die tijd, om verschillende problemen te voorkomen, besloten het gebruik van (H)CFK geleidelijk uit te faseren. Hierdoor werd als eerste de CFK koudemiddelen (R11 en R12) uitgefaseerd omdat deze, met een ODP van 1, het meest schadelijk waren voor de ozonlaag ten opzichte van HCFK koudemiddelen (R22 heeft een ODP van 0.05).
Gedurende de uitfasering, van onder andere R12, dat afliep op 1-1-2001 stapte iedere koeltechnische producent over op een HCFK koudemiddel. Er werd veelvuldig gekozen voor R22 omdat het vrijwel identieke eigenschappen bezat als R12. Hierdoor hoefde ontwerpen van koelmachine's niet radicaal veranderd te worden.

Het einde van R22
In 2004 werd er gestart met de uitfasering van het koelmiddel R22. Vanaf dit jaar mochten er geen nieuwe koelinstallatie's meer verkocht worden die draaiden op dit koudemiddel. Vanaf die tijd werden de nieuwe installatie's voorzien van HFK koudemiddelen.
De volgende stap in de uitfasering van R22 volgde 6 jaar later in 2010. Vanaf de eerste maand van dit jaar was het verboden om met nieuw geproduceerde R22, ook wel maagdelijk R22 genoemd, bestaande installatie bij te vullen. Het was dus enkel toegestaan om gerecyclede of R22 te gebruiken voor onderhoud.

 

 

   - Frédéric Swarts: word vaak als pionier gezien voor de huidige
     vorm van koudemiddelen. Hij word gezien als de bedenker van
     de eerste CFK's waaronder r11 en r12.
   - Halogenering: is de benaming voor het proces waarbij Waterstof
     atomen worden vervangen voor Chloor en Fluor halogenen.
   - HFK: koudemiddelen bevatten geen Chloor atomen waardoor
     deze geen ozonafbrekend gevaar meer heeft. Wel dragen HFK
     koudemiddelen bij aan het broeikas effect.